Maandelijks archief: maart 2015

Communicatie LOKAAL PO 26 maart 2015

Een bericht aan alle scholen van ABSA, ASKO, AMOS, El Amal en KBA Nieuw West 

Bestemd voor directeuren en intern begeleiders

Aanvragen extra ondersteuning
Na een wat voorzichtige aanloopperiode weten veel scholen Lokaal PO nu goed te vinden.
Rieke Polder en Arwen Hesselmann geven feedback op het door IBers ingevulde groeidocument en proberen met de school samen tot haalbare doelen en concrete inzet te komen. Zij kunnen in dat proces meedenken, maar nemen het niet van de school over. Een groeidocument hoeft nog niet kant en klaar te zijn, om er al wel een gesprek over aan te gaan met Lokaal PO.
De ervaring leert dat wanneer scholen eenmaal een traject met Lokaal PO hebben doorlopen, ze positief zijn over de ondersteuning die zij van Lokaal PO krijgen.
Opvallend is dat een aantal scholen regelmatig contact heeft met Lokaal PO en extra ondersteuningsbudget aanvragen. Er zijn echter ook scholen die nog geen aanspraak hebben gemaakt op deze ondersteuning. Mochten scholen twijfelen, neem gewoon contact op, dan kan Lokaal PO meedenken in de aanvraag van extra ondersteuning en het budget.

Verwijzingen naar het SBO of SO
Uit de cijfers van het samenwerkingsverband tot en met december blijkt dat de vijf betrokken besturen een redelijk percentage aan verwijzingen hebben. We doen het goed!
Wel bestaat de indruk dat verwijzingen soms erg laat worden ingezet, vaak pas op het moment dat de situatie onhoudbaar geworden is.

Inventarisatie inzet LGF middelen en menskracht.
In januari/februari van dit jaar heeft Lokaal PO een inventarisatie gedaan onder de scholen en onder de ambulant begeleiders. Het doel hiervan was:
– Zicht te krijgen op de ondersteuningsbehoefte van de scholen
– Zicht te krijgen op de mate en soort van ondersteuning die door de scholen zelf wordt ingezet
– De inventarisatie in combinatie met de vragenmonitoring van Lokaal PO, geeft voldoende onderbouwing een juiste match te maken tussen competenties en expertise van ambulant begeleiders en de ondersteuningsbehoefte van de scholen.
– De mogelijkheid om als Lokaal PO om voor de periode tot de zomer 2015 een makelaarsrol te kunnen vervullen tussen vraag en aanbod.
Deze doelen zijn grotendeels behaald, met dank aan de scholen die dit serieus en uitgebreid hebben ingevuld. Voor degene die de bevindingen, conclusies en aanbevelingen willen lezen, verwijs ik naar dit bericht op de site van Lokaal PO.

Ambulant begeleiders:
De ambulant begeleiders (cluster 3 en 4) zijn voor twee jaar ‘overgenomen’ door het SWV, de intentie is om hun competenties en begeleidingsaanbod te matchen met de ondersteuningsbehoefte van de scholen/besturen rond passend onderwijs. Aan het begin van dit schooljaar zijn de AB’ers ‘toebedeeld’ aan de scholen, zoveel mogelijk op grond van eerdere inzet en indeling, om de lopende leerlingen met een LGF en hun scholen te bedienen. De LGF gelden zijn niet exclusief voor de leerling bestemd, maar mogen verbreed ingezet worden om de ondersteuningsstructuur dusdanig vorm te geven dat het mogelijk is om leerlingen met extra onderwijsbehoeften goed onderwijs te kunnen bieden.

Vanaf augustus 2015 zullen de ambulant begeleiders duidelijker gekoppeld worden aan de schoolbesturen. Zij zijn dan nog een jaar in dienst van het samenwerkingsverband, maar de besturen worden zo in de gelegenheid gesteld om zelf regie te nemen op de begeleiding. De beschikbare begeleidingstijd wordt dan ook herverdeeld over de besturen op basis van het leerlingaantal per bestuur.
In de periode april- mei ’15 wordt via een zorgvuldig stappenplan, de match tussen schoolbesturen en ambulant begeleiders gemaakt.
Voor Lokaal PO opereren we hierin gezamenlijk. De ambulant begeleiders zullen dan ook Lokaal PO breed ingezet kunnen worden. Voordeel van deze schaalvergroting is dat er verschillende soort expertise beschikbaar komt. De bevindingen van de inventarisatie (zie boven) zijn leidend voor het vaststellen van de benodigde ondersteuning.

Leerlingen met ondersteuningsbehoefte op medisch gebied;
Vragen naar begeleiding bij langdurig zieke leerlingen of een leerlingen met een lichamelijke beperking komen incidenteel voor op scholen en zijn dan meestal niet vergelijkbaar met eerdere of nog komende situaties. Daarom is de beschikbare kennis hierover bij ambulant begeleiders stedelijk beschikbaar gesteld, zie brief van het Samenwerkingsverband hierover.

Het groeidocument:
Er wordt een pilot gedraaid met de digitale versie van het groeidocument. De scholen van Lokaal PO zijn hier niet voor benaderd. Wel houden we binnen Lokaal PO bij wat o.i. wenselijk is om aan te passen in het uiteindelijke digitale versie zodat we dat bij het samenwerkingsverband kunnen aangeven.
Er wordt ook verkend of het groeidocument ook in de voorschool al een rol zou kunnen spelen.

Wijkoverleggen:
Het participeren in de wijknetwerken is heel belangrijk. Dit i.v.m. de zorgplicht en op termijn voor gezamenlijke initiatieven in de buurt. Wanneer een school zorgplicht heeft, maar niet de mogelijkheid heeft om dit te realiseren, dient in het wijkoverleg bekeken te worden bij welke andere basisschool de leerling geplaatst kan worden en de aldaar benodigde onderwijsondersteuning ingezet kan worden.

Organisatie van medezeggenschap rond passend onderwijs:
Waar kunnen ouders en medewerkers terecht met vragen en opmerkingen rond passend onderwijs? Hoe is de medezeggenschap geregeld? De ondersteuningsplanraad(OPR) van het Samenwerkingsverband heeft hiervoor een documentje opgesteld. Zie Brief OPR 24 maart. 

Advies met betrekking tot het schoolondersteuningsplan:
De vijf besturen betrokken bij Lokaal PO hebben het traject tot het opstellen van een ondersteuningsplan per school op verschillende manieren ingevuld. Het lijkt wenselijk om de SOP’s op basis van de eerste ervaringen bij te stellen. Op termijn zou het SOP in principe je zorgplan moeten vervangen. Het advies is om in afstemming met het eigen bestuur daar een vorm voor te vinden.
Teksten Passend Onderwijs:
Bij het beschrijven van de huidige ondersteuningsstructuur in Schoolplan/Zorgplan en schoolgidsen /eigen website/ vensters PO kun je gebruik maken van de door mij opgestelde tekst, eventueel aangevuld met een schoolspecifieke uitwerking.

Financiën:
Er bereiken ons veel vragen over de beschikbare gelden voor passend onderwijs, zoals:
– Blijft het geld dat over is van dit schooljaar beschikbaar voor volgend schooljaar?
– Hoeveel is er volgend jaar beschikbaar voor basisondersteuning en extra ondersteuning?
– Als er meer geld nodig is dan dat er strikt gezien beschikbaar is voor mijn school, kan ik een beroep doen op mijn bestuur?
– Is er een grens aan de financiële inzet voor een leerling? Bv wanneer een leerling in het regulier onderwijs zoveel ondersteuning nodig heeft dat het duurder uitkomt dan een plek in het speciaal onderwijs.
– Wanneer een leerling deels in het SO en deels op een reguliere school onderwijs ontvangt, wat betekent dat voor de bekostiging?
Zodra er helderheid is over de financiële kaders voor 2015-2016 worden de besturen hierover ingelicht door het samenwerkingsverband. Daarna kan er per bestuur een doorvertaling plaatsvinden naar scholen.

Inspectie bezoek:
Op 5 maart is het SWV Amsterdam Diemen door de inspectie bezocht. Bij dit bezoek zijn verschillende betrokken disciplines door het SWV uitgenodigd om beeld te geven van de eerste bevindingen en resultaten van passend onderwijs binnen Amsterdam en Diemen. Het verslag van dit bezoek zal t.z.t op de site van het samenwerkingsverband gepubliceerd worden.

Bij deze is iedereen weer op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.
Met vriendelijke groet, namens Lokaal PO,
Annerieke Verkerk (projectleider)

Informatie Passend Onderwijs

Informatie Passend Onderwijs t.b.v. schoolplan/zorgplan en schoolgids/website

Vanaf 1 augustus 2014 is de wetgeving over Passend onderwijs in heel Nederland van kracht. De wet gaat ervan uit dat alle kinderen recht hebben op goed onderwijs, ook kinderen die extra ondersteuning nodig hebben.

Stedelijk uitgangspunt hierbij is:
“We bieden binnen Amsterdam goed en passend onderwijs aan alle leerlingen, aansluitend op hun mogelijkheden en behoeften. Waarbij indien nodig professionele onderwijsondersteuning en begeleiding voor leerlingen en leerkrachten beschikbaar is en deze hulp zo snel mogelijk, in zo licht mogelijke vorm, zo dicht mogelijk bij de thuissituatie en op de meest adequate wijze wordt aangeboden”

Bestuurlijke samenwerking passend onderwijs
De schoolbesturen ASKO, AMOS, ABSA, KBA nieuw west en El Amal hebben de handen ineen geslagen en hebben binnen de kaders van het Samenwerkingsverband, hun gezamenlijke uitgangspunten op passend onderwijs geformuleerd en hebben een steunpunt/adviesloket hiervoor ingericht, genaamd Lokaal PO. Twee adviseurs passend onderwijs en een projectleider werken van daaruit ondersteunend aan de 80 basisscholen van de vijf betrokken besturen.

De uitgangpunten van de bestuurlijke samenwerking zijn:
• de besturen zorgen voor laagdrempelige toegang tot hoogwaardige ondersteuning;
• we sluiten aan bij de behoefte van besturen en scholen;
• de vorm volgt de inhoud, we streven naar een zo licht mogelijke inrichting;
• de samenwerking doet niets af aan het belang van wijkgericht werken;
• de zorgplicht (waaronder klachtenregeling, schorsen/verwijderen) blijft de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke besturen;
• de besturen beheren afzonderlijk de aan hen toegekende middelen voor extra ondersteuning.
• de besturen verantwoorden zich aan het samenwerkingsverband over de inzet van middelen voor extra ondersteuning;

De binnen Lokaal PO participerende besturen hebben in lijn met de uitgangspunten van Samenwerkingsverband Amsterdam en Diemen, een werkwijze ontwikkeld, waarmee ze op verantwoorde wijze de middelen voor extra ondersteuning toewijzen en zorgen voor een zo efficiënt mogelijke inzet van die middelen. Daarmee worden de scholen in staat gesteld, vanuit hun eigen kracht, passend onderwijs vorm te geven en verder te ontwikkelen. Daarbij benadrukken we uitdrukkelijk het belang van de uitgangspunten van Samenwerkingsverband Amsterdam en Diemen:
• eigen kracht denken;
• in de klas en wijkgericht;
• laagdrempelige toegang tot hoogwaardige ondersteuning;
• ondersteuning op basis van de vraag en sturing via evaluatie van de resultaten;
• zorg nemen we niet over, we helpen je het zelf kunnen;
• we geloven in het zelf organiserend vermogen (gezinnen, scholen en wijken);
• we hoeven niet alles te kunnen, maar willen het leren;
• wat we niet zelf kunnen (leren) doen we samen met anderen.
Overwegingen
Omdat we veel waarde hechten aan de autonomie en verantwoordelijkheid van individuele scholen en veel vertrouwen hebben in de eigen kracht van scholen om Passend Onderwijs in de klas en in de wijk vorm te geven, is het van belang dat de aanpak scholen ondersteunt en faciliteert. Het adviesloket Lokaal PO is daarom smal ingericht.

Het begrip Passend onderwijs betekent:
• dat scholen en schoolbesturen de zorgplicht hebben om elk kind een goede onderwijsplek te bieden. Voor de meeste kinderen is het reguliere basisonderwijs de beste plek. Als het echt nodig is, kunnen kinderen naar het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs.
• zoveel mogelijk thuisnabij onderwijs, door de ondersteuning waar mogelijk naar de leerling te brengen, in plaats van de leerling naar de ondersteuning.
• dat scholen meer uitgaan van de mogelijkheden van leerlingen en minder de nadruk leggen op eventuele beperkingen. Scholen kunnen sneller en effectiever handelen als een leerling extra ondersteuningsbehoeften heeft.
• dat de manier waarop de ondersteuning van leerlingen wordt gefinancierd is veranderd. Er komen geen nieuwe leerlingen met een ‘rugzakje’ meer bij. Deze leerlinggebonden financiering (LGF) op basis van een indicatie wordt afgebouwd. In plaats daarvan krijgen besturen en scholen de ruimte om flexibeler op de behoeftes van leerlingen en leerkrachten in te spelen en deze vormen van ondersteuning zelf te organiseren en te betalen.
• een verandering in de organisatievorm, wanneer verwijzing van leerlingen naar het speciaal onderwijs en het speciaal basisonderwijs noodzakelijk is.
Uitwerking van bovenstaande:
Zorgplicht
Schoolbesturen hebben zorgplicht. Dat betekent dat scholen zelf voor passend onderwijs moeten zorgen voor iedere leerling die op hun school zit, of die zich bij hun school aanmeldt. Schoolbestuur en school moeten eerst kijken wat de school zelf kan doen. De ondersteuning die een school kan bieden staat beschreven in het schoolondersteuningsprofiel.
Als een school de noodzakelijke ondersteuning aan een leerling niet kan bieden, moet zij zorgen dat deze ondersteuning elders wordt geboden. Dit kan een onderwijsplek op een andere school van hetzelfde schoolbestuur of op een andere school in dezelfde wijk zijn, of een onderwijsplek op een school voor speciaal (basis) onderwijs. De verantwoordelijkheid voor het zoeken en aanbieden van een juiste onderwijsplek ligt bij de school waar de leerling is aangemeld. Belangrijk bij de uitvoering van de zorgplicht is dat de school met ouders overlegt over wat de onderwijsbehoefte van de leerling is en wat een daarbij passende school is.
De school wordt in dit proces ondersteund door de adviseurs passend onderwijs van Lokaal PO én door de onderwijsadviseurs van het Samenwerkingsverband Amsterdam-Diemen.

Passend onderwijs op de reguliere basisschool
Elke basisschool in Amsterdam en Diemen krijgt van het Samenwerkingsverband een budget voor de basisondersteuning. Hieruit wordt de ondersteuning bekostigd, die beschikbaar gesteld wordt voor alle leerlingen. De school biedt hiervoor een basisondersteuning die minimaal voldoet aan de gestelde normen van inspectie en overeen komt met de ambitie van de vijf schoolbesturen die gezamenlijk Passend Onderwijs vorm geven voor hun scholen. Dit budget basisondersteuning is gebaseerd op het leerlingenaantal van de school.
Een voorwaarde voor passend onderwijs is kwalitatief goed onderwijs in samenhang met een goed werkende ondersteuningsstructuur in en om de school. De basisondersteuning is het door het samenwerkingsverband afgesproken geheel van preventieve en lichte curatieve interventies die:
• binnen de onderwijs ondersteuningsstructuur van de school,
• onder regie en verantwoordelijkheid van de school,
• waar nodig met inzet van expertise van andere scholen en ketenpartners,
• zonder specifiek arrangement en/of ontwikkelingsperspectief,
• planmatig en op een overeenkomen kwaliteitsniveau worden uitgevoerd.
Over de basisondersteuning heeft het samenwerkingsverband de volgende afspraken gemaakt:
• elke school heeft een effectieve interne toezichtstructuur en scoort minimaal een voldoende op de indicatoren uit het toezichtkader van de inspectie voor het onderwijs. Met name op de indicatoren die betrekking hebben op de ondersteuning van leerlingen en op planmatig werken;
• elke school heeft de leerlingondersteuning ingericht volgende de standaarden en cyclus van handelingsgericht werken
• elke basisschool heeft een ondersteuningsteam en werkt effectief samen met ketenpartners en het speciaal (basis) onderwijs
• elke school heeft in haar schoolondersteuningsprofiel vastgelegd hoe zij met behulp van preventieve en licht curatieve interventies tegemoet komt aan kinderen met een specifieke onderwijsbehoefte
• elke basisschool stelt zodra zij een vorm van extra ondersteuning inzet een ontwikkelingsperspectief op voor de leerling. Als de gedragsproblematiek van de leerlingen (mede) de aanleiding is voor het inzetten van extra ondersteuning, benoemt de school dit expliciet in het ontwikkelingsperspectief.
De schoolbesturen ontvangen daarnaast van het Samenwerkingsverband een budget voor extra ondersteuning. Dit budget is bedoeld voor de inzet van specifieke ondersteuning die het basis ondersteuningsniveau van de school overstijgt. Deze middelen kunnen besturen en scholen niet voor andere doeleinden dan voor ondersteuning inzetten. De toekenning van dit budget verloopt bij de vijf samenwerkende schoolbesturen via het daartoe ingerichte steunpunt Lokaal PO. Dit maakt meer maatwerk mogelijk dan dat voorheen bij de leerlinggebonden financiering het geval was.
Voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben binnen de basisschool wordt een groeidocument ingevuld, waarbij ook het te verwachten uitstroomprofiel van de leerling en een handelingsplanning wordt aangegeven. Lokaal PO begeleidt de aanvraag en fiatteert deze op inhoudelijke gronden. De inzet van extra ondersteuning is gericht op de onderwijsontwikkeling van de leerling én werkt verhogend op het ondersteuningsniveau van de school.

Passend onderwijs op het speciaal (basis) onderwijs
Wanneer een verwijzing naar een SBO- of SO-school voor de leerling toch de beste oplossing lijkt, dan loopt de verwijzing via de onderwijsadviseur van het samenwerkingsverband die in betreffende regio werkzaam is. Deze adviseur is onafhankelijk van de school en het schoolbestuur. De onderwijsadviseur kent de scholen in de regio en de SBO- en SO-scholen goed en kan indien nodig snel een passende overstap realiseren. Hiervoor is een toelaatbaarheidsverklaring nodig, die door de onderwijsadviseurs wordt afgegeven. In een enkele situatie is het noodzakelijk om een versnelde plaatsing te realiseren voor een leerling, omdat de veiligheid van de leerling en diens omgeving in het geding is. In dat geval kan er een beroep gedaan worden op de noodprocedure.

Leerlingen die al op het speciaal onderwijs in Amsterdam zitten, behouden hun plek en indicatie tot uiterlijk 1 augustus 2016 zolang de leerling op dezelfde school blijft. Daarna volgt een nieuwe beoordeling over de best passende plek in overleg met de school en de onderwijsadviseur van het samenwerkingsverband.
Samenwerking met Jeugdzorg
Een goede samenwerking met de jeugdhulp is een belangrijke voorwaarde voor kwalitatief goede ondersteuning aan leerlingen. Met ingang van 2015 zijn de gemeenten Amsterdam en Diemen door de invoering van de Jeugdwet verantwoordelijk voor alle jeugdzorg in Amsterdam en Diemen. In de praktijk betekent dat onder meer dat er binnen de verschillende wijken ouder- en kind adviseurs aan de scholen zijn toegekend om de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp rond leerlingen en hun gezinnen te versterken.

Medezeggenschap
Naast een actieve betrokkenheid van ouders bij de ontwikkeling van het eigen kind kunnen ouders ook op de volgende manieren betrokken zijn bij passend onderwijs:
• medezeggenschapsraad van de school: de MR van de school is samengesteld uit leerkrachten en ouders en heeft adviesrecht op het schoolondersteuningsprofiel. In dit profiel legt de school vast wat ze aan (extra) ondersteuning kan bieden en hoe deze ondersteuning georganiseerd is;
• Ondersteuningsplanraad: dit is de medezeggenschapsraad van het Samenwerkingsverband. Deze raad heeft instemmingsrecht op het ondersteuningsplan waarin de schoolbesturen hebben vastgelegd welke afspraken zij met elkaar hebben gemaakt om te zorgen dat alle kinderen een passende onderwijsplek krijgen. De raad in Amsterdam-Diemen bestaat uit tien personen: vijf ouders en vijf personeelsleden van de scholen
• GMR van de schoolbesturen: de besturen waar meerdere scholen onder vallen hebben een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. In de GMR nemen vertegenwoordigers van de MR-en van de scholen zitting. Hoewel de GMR formeel geen rol heeft in de medezeggenschap op passend onderwijs kan haar rol toch betekenisvol zijn. Het budget voor extra ondersteuning wordt in het Samenwerkingsverband Amsterdam Diemen geheel toebedeeld aan de besturen. De GMR heeft informatierecht en daarmee inzicht in de wijze waarop het schoolbestuur de toewijzing van extra ondersteuning organiseert. De GMR kan gevraagd of ongevraagd advies uitbrengen.

Voor meer en verdiepende informatie met betrekking tot passend onderwijs in Amsterdam en Diemen, kunt u terecht op de website van het samenwerkingsverband Amsterdam-Diemen http://www.swvamsterdamdiemen.nl/

Meer informatie over medezeggenschap is te vinden op http://www.medezeggenschap-passendonderwijs.nl/
Voor landelijke informatie kunt u terecht bij http://www.passendonderwijs.nl/

Inventarisatie LGF

Inventarisatie rond inzet LGF budget en menskracht op de scholen van ABSA, KBA Nieuw West, ASKO, El Amal, AMOS

Lokaal PO , januari-maart 2015

Doelen inventarisatie LGF

De op 30 januari 2015 geformuleerde doelen rond de inventarisatie LGF inzet scholen en ambulant begeleiders.

De opbrengst van deze inventarisatie gaat over leerlingen die een onderwijs en ondersteuningsbehoefte hebben op gebied van voorheen cluster 3 en 4.

  • Het geeft ons zicht op de ondersteuningsbehoefte van de scholen
  • Het geeft ons zicht op de mate en soort van ondersteuning die door de scholen zelf wordt ingezet
  • Het geeft in combinatie met de vragenmonitor van Lokaal PO,  zicht op het totaal aan ondersteuningsvragen, zodat we gericht en onderbouwd kunnen bespreken met het SWV welke ambulant begeleiders dit kunnen invullen vanaf 1 aug. 2015. Tevens een doorkijkje naar het jaar erna, aug. 2016, wanneer overname van ambulant begeleiders voor de besturen aan de orde is.  Uitgaande van het idee dat huidige ondersteuningsvragen in later stadium terug zullen komen als arrangeervragen naar ‘extra ondersteuning’.
  • Het geeft Lokaal PO de mogelijkheden om voor de actualiteit een makelaarsrol te kunnen vervullen tussen vraag en aanbod, tot zomer 2015

Bevindingen rond inzet LGF (vanuit de scholen)

De inventarisatielijst naar de inzet die scholen leveren rond leerlingen met een LGF 3 of 4 is door 50%  van de basisscholen behorend bij lokaal PO ingevuld.

Er zijn een aantal bevindingen/trends uit te destilleren :

  • De scholen geven aan dat in de meeste situaties er duidelijkheid is op schoolniveau over de beschikbare LGF gelden (overgangsregeling)
  • De scholen geven aan dat er bij iets minder de helft van de leerlingen met een LGF indicatie, een smart geformuleerde ondersteuningsvraag vanuit de school ligt richting de ambulante begeleiding. Het proces van handelingsgerichte inzet vraagt o.i. nog de nodige aandacht!
  • Incidenteel wordt er vanuit scholen die geen leerlingen met LGF hebben, toch een beroep gedaan op de ambulant begeleiders of op het steunpunt autisme, beiden nu nog gekoppeld aan het SWV Amsterdam-Diemen.
  • De scholen geven aan meer te waarderen dan te missen als het gaat om de ondersteuning van ambulant begeleiders. Hun waardering gaat vooral uit naar het niveau van expertise en kennisoverdracht op verschillende manieren. Daarbinnen wordt met name de ondersteuning, begeleiding, praktische hulp en tips en concrete aanpak gewaardeerd. Daarnaast wordt ook de flexibiliteit en communicatievaardigheid van ambulant begeleiders positief ervaren.
  • De scholen vinden het jammer dat er veel onduidelijkheid is bij de ABers over de wijze van inzetten van hun begeleiding en over de (beperkte)beschikbare tijd hiervoor. (verklaring hiervoor kan de onvoorbereide start en toedelingssystematiek vanuit het SWV zijn) Daarnaast ervaren scholen ook wel een tekort aan expertise, zeker wanneer zij bv. een ABer cluster 4 hebben toegewezen gekregen, maar met cluster 3 problematiek/vragen zitten. Of andersom.

Specifiek LGF 3

  • Het schooldeel dat voor leerlingen met een indicatie cluster 3 op school beschikbaar is, wordt:
    • Schooldeel wordt breed ingezet, aandacht en inzet gaat veelal uit naar leerling-, ouder -, leerkrachtgerichte ondersteuning en uitvoering. Maar ook worden deze gelden stevig ingezet op klas- en schoolniveau.
    • Bij inzet voor de leerling zelf, richt dit zich meestal op didactische ondersteuning, aanpassingen in het bieden van speciale instructie, ondersteuning op sociaal emotionele ontwikkeling, werkhouding, ondersteuning op medisch/motorisch terrein of spraak/taalontwikkeling. Veel van deze hulp wordt individueel gegeven.  Daarnaast wordt regelmatig lesstof aangepast en worden er specifieke materialen aangeschaft en ingezet t.b.v. de leerling of de groep.
    • De ouderondersteuning richt zich veelal op het afstemmen van proces en verwachtingen over en weer, het voeren van ouder(begeleidings)gesprekken en het bieden van informatie en inzicht in ontwikkeling van de leerling.
    • Bij de leerkrachtbegeleiding ligt de focus op kennisoverdracht en het realiseren van passend onderwijs in de klas. In het kader daarvan wordt er duidelijk ondersteuning geboden bij het opstellen van handelingsplannen, OPP’s en groeidocumenten.
    • Wanneer er sprake is van groepsondersteuning of groepsaanpak gaat het meestal om inzet t.b.v. het groepsproces in relatie tot het acceptatieproces van de leerling met een specifieke onderwijsbehoefte.
    • Schoolbreed wordt het schooldeel LGF ingezet op teamscholing, het formuleren van een vaste aanpak voor leerlingen met een eigen leerlijn en specifieke materialen /leermiddelen.
    • In 75% van de scholen wordt het schooldeel redelijk tot ruim ingezet (gemiddeld 5 uur per week per leerling) In 25 % van de scholen wordt het schooldeel  nauwelijks of alleen op specifieke situatie ingezet!!

 

  • De inzet van het LGF deel dat scholen ontvangen voor leerlingen met een cluster 3 LGF, in de vorm van ambulante begeleiding, wordt:
    • Eveneens breed ingezet, zowel op leerling, ouders, leerkracht , IB, groepsniveau en schoolbrede inzet, waarbij de groepsbegeleiding/aanpak wat achterblijft.
    • De begeleiding bestaat op leerlingniveau het meest uit observaties en ondersteuning op het gebied van de soc/emotionele begeleiding, acceptatieproblematiek, cognitieve ondersteuning, begeleiding op taal/spraak, motorisch en werkhouding.
    • Bij ouderbegeleiding gaat de meeste aandacht uit naar inzet op ouderbegeleidingsgesprekken en de overgang naar het VO.
    • De leerkrachtbegeleiding bestaat grotendeels uit kennisoverdracht, coaching op leerkracht handelen t.o.v. de leerling en het ondersteunen van de werkhouding /groepsaanpak.
    • Begeleiding van de AB richting van de intern begeleiders is vrij fors! Deze kenmerkt zich vooral op ondersteunen van het opstellen van handelingsgerichte plannen, kennisoverdracht, advisering en coaching.
    • Wanneer er sprake is van groepsondersteuning of groepsaanpak gaat het meestal om inzet t.b.v. het groepsproces in relatie tot het acceptatieproces van de leerling met een specifieke onderwijsbehoefte.
    • Schoolbreed worden ABers cluster 3 vooral ingezet op teamscholing en bevraagd op de inzet van de juiste (aangepaste)materialen.
    • Gemiddeld wordt door de scholen aangegeven dat er ongeveer 1,2 uur per leerling per week door de ABer wordt ingezet (let op, betreft voor de school zichtbare contacttijd)

 Specifiek LGF 4

  • Het schooldeel dat voor leerlingen met een indicatie cluster 4 op school beschikbaar is, wordt:
    • breed ingezet, aandacht en inzet gaat veelal uit naar leerling-, ouder -, leerkrachtgerichte ondersteuning en uitvoering. Maar ook worden deze gelden nog steviger dan bij cluster 3 leerlingen, ingezet op klas- en schoolniveau.
    • Scholen besteden het schooldeel van de cluster 4 LGF gelden vooral aan sociaal/emotionele ondersteuning én aan werkhoudingsbegeleiding. Daarnaast ook veel inzet op de cognitieve ontwikkeling van leerlingen, waarbij ook veel individuele hulp gerealiseerd wordt vanuit  de LGF gelden.
    • Veel tijd wordt ook besteed aan oudercontacten, ouderbegeleiding , afstemmingsoverleg tussen ouders /school en opvoedingsadvisering. Wanneer het een leerling uit groep 8 betreft gaat er ook veel tijd naar de juiste verwijzing naar een passende VO school.
    • De leerkracht wordt met name ondersteund op plan van aanpak in de klas, cognitieve en didactische ondersteuning, omgang met ingewikkeld gedrag van de leerling, versterken van mogelijkheden om werkhouding te beïnvloeden en expertise overdracht.
    • Groepsbenadering richt zich vooral op klassenmanagement en pedagogische ondersteuning van de hele groep.
    • Schoolbreed gaat het vooral om het teambreed kennis verwerven over leerlingen met cluster 4 problematiek/aanpak en inpassen in schoolaanpak.
    • Het schooldeel van LGF 4 wordt veel minder duidelijk ingezet voor extra ondersteuning op leerling, klas of schoolniveau dan het schooldeel dat ontvangen wordt voor cluster 3 leerlingen . Gemiddeld besteden scholen per week 2 uur per leerling aan gerelateerde extra inzet vanuit het schooldeel LGF cluster 4, itt tot 5 uur per week bij het schooldeel cluster 3.

 

  • De inzet van het LGF deel dat scholen ontvangen voor leerlingen met een cluster 4 LGF, in de vorm van ambulante begeleiding, wordt:
    • Breed ingezet van leerling tot aan groepsaanpak. Hierbij blijft de aanpak op schoolsysteemniveau sterk achter.
    • Begeleiding rondom de leerling richt zich vnl. op de emotionele ontwikkeling, gedrag, psycho-educatie en de taak/werkhouding. Ook aandacht voor de cognitieve ondersteuning en spel begeleiding.
    • In het contact met ouders ligt het accent vooral op begeleidingsgesprekken, afstemming tussen school en thuis en wanneer aan de orde de overgang naar het VO
    • Het contact tussen ABer en IBer bestaat vnl. uit begeleiding op voortgang, schrijven van de plannen, ondersteunende rol bij oudergesprekken, advisering en overdracht van kennis en expertise.
    • Groepsbegeleidende activiteiten zijn vooral gericht op acceptatie in de groep, verbetering pedagogisch klimaat, sociale vaardigheidsaspecten en veiligheid.
    • Schoolbreed wordt opvallend vaak ondersteuning van de directie genoemd, naast het teambreed aanbieden van kennisoverdracht en het vastleggen van gemaakte afspraken, lange lijn rond leerling vastleggen.
    • De ondervraagde scholen geven aan dat een ABer cluster 4 gemiddeld 1 uur per week ondersteuning (directe contacttijd) op school biedt.

Bevindingen inventarisatie onder ambulant begeleiders:

Ambulant begeleiders ervaren in 50% van de situaties dat er vanuit de school een duidelijke SMART geformuleerde ondersteuningsvraag ligt naar de ABer, hetgeen overeenkomt met datgene dat de scholen zelf aangeven.

Ook de ambulant begeleiders hebben, eveneens als de scholen,  last van onduidelijkheid, wanneer het gaat over de beschikbare en in te mogen zetten tijd voor een leerling of voor een school.

ABers hebben lang niet altijd zicht op de inzet die scholen vanuit het schooldeel LGF realiseren binnen de school, ten behoeve van passender onderwijs.

Het huidig aantal leerlingen met een cluster 3 indicatie binnen de 80 scholen van lokaal PO is 49

Het huidig aantal leerlingen met een cluster 4 indicatie binnen de 80 scholen van lokaal PO is 95

De door ABers aangedragen inhouden van begeleiding en begeleidingsvormen komen in grote lijn overeen met dat wat de scholen aangeven.

 Conclusies en aanbevelingen

Het formuleren van een duidelijke (SMART geformuleerde) ondersteuningsvraag vanuit school naar de begeleider werkt ! Dit is nu maar in de helft van de huidige gevallen aan de orde. Dit pleit voor het leveren van ondersteuning op vraag in 2015-2016.

Huidige begeleidingsinzet is voor 75% gericht op cluster 4 problematiek, 25 % op cluster 3 problematiek (uitgezonderd de LZK/MG vragen)  Dit pleit voor het in huis halen van eenzelfde verdeling aan AB expertise in 2015-2016.

Huidige inzet op schoolniveau rond leerlingen met een LGF richt zich voor een veel groter deel op de cluster 3 problematiek en voor een kleiner deel op de cluster 4 problematiek. In een verhouding van 5 uur per week tot 2 uur per week (per leerling) Dit betekent iets in de nabije toekomst voor het toekennen van (nu nog LGF bekostigd) extra ondersteuningsgelden.

De scholen waarderen het expertiseniveau en kennisoverdracht van ambulant begeleiders. Daarbinnen wordt met name de ondersteuning, begeleiding, praktische hulp en tips en concrete aanpak gewaardeerd.  Daarnaast wordt ook de flexibiliteit en communicatievaardigheid van ambulant begeleiders positief ervaren.  Deze ondersteuning moet dus beschikbaar blijven in de nabije toekomst.

De inzet van extra middelen en menskracht wordt zowel vanuit het schooldeel als vanuit de ambulant begeleiders breed ingezet op scholen. De meeste inzet is rondom leerling, leerkracht/intern begeleider en ouders gesitueerd, maar eveneens wordt een niet te verwaarlozen deel ingezet voor groepsaanpak en teambrede versterking. Dit is een belangrijke ontwikkeling, e.e.a. wordt minder leerkrachtafhankelijk en leidt tot borging op schoolniveau. Daarnaast wordt het niveau van basisondersteuning van de school versterkt en verhoogt.  De brede inzet op de scholen geeft ook aan dat de in te zetten ambulant begeleiders over competenties als flexibiliteit, spanbreedte in het handelen op verschillende ‘lagen’, moeten kunnen beschikken.

Ervaringen vanuit lokaal PO

Vanuit de vragenmonitor die door de medewerkers van Lokaal PO is bijgehouden kunnen we ook een aantal conclusies trekken:

Het merendeel van de vragen richt zich op de ondersteuningsbehoefte rond jonge kinderen (zonder indicatie) met sociaal/emotionele problematiek ( soms fors externaliserend gedrag) en op leerlingen met een lager niveau ( MLK, ZMLK) of juist hoger niveau (HB) Veel vragen rond leerlingen met langdurige en intensieve onderwijs/ondersteuningsbehoeften (bv Down), het opstellen van individuele leerlijn het beschrijven van een OPP. Daarnaast ook veel vraag naar aanpak zware dyslexie en dyscalculie.

Ook zijn we een aantal keer geconfronteerd met onhoudbare gedragsproblematiek, waarbij eerder aanvragen en inzetten van ondersteuning wenselijk zou zijn geweest.  Noodzaak van vroeg signalering.

In een aantal situaties richt de vraagstelling zich op groepsondersteuning omdat het hebben van meerdere leerlingen met speciale onderwijsbehoeften een sterk appèl doet op het groepsklimaat en de capaciteiten van de leerkracht op gebied van klassenmanagement.

Bovenstaande conclusies worden verwerkt in de profielen die ik opstel voor het mobiliteitsplan expertise PO van het SWV Amsterdam-Diemen naar de schoolbesturen.

Op basis van de huidige situatie veronderstelde ondersteuningsbehoefte van scholen en leerlingen, vraagt dit passende /complementaire ambulant begeleiders:

75% cluster 4 ABers,

Specialismen: 

internaliserende en externaliserende gedragsproblematiek,

autisme,

dyslexie/dyscalculie

25% cluster 3 ABers,

Specialismen:

MLK/ZMLK, syndroom van Down

Daarnaast willen we gebruik maken van de expertise LZ en MG op stedelijk niveau. (gekoppeld aan Drostenburg)

De ambulant begeleiders die aan Lokaal PO worden verbonden met ingang van 2015-2016:

  • Kunnen acteren op meerdere niveaus binnen de school
  • Kunnen acteren en verbinden tussen school en voorschool
  • Hebben een signalerende blik
  • Nemen niet over, maar werken aanvullend naar de school toe
  • Beschikken over specifieke expertise en kunnen deze op meerdere manieren overdragen
  • Weten hun kennis over de leerlingproblematiek te vertalen naar concrete pedagogische én didactische onderwijsondersteuning
  • Beschikken over gespecialiseerde handen en zetten deze in wanneer het nodig is en gevraagd wordt
  • Kunnen scholen begeleiden in het handelingsgericht denken/werken/arrangeren
  • Zijn goed op de hoogte van het groeidocument en kunnen daarin scholen ondersteunen.
  • Hebben kennis van leerlijnen, individuele leerlijnen en OPP’s
  • Hebben ruime kennis over dyslexie en dyscalculie
  • Zijn flexibel inzetbaar
  • Zijn communicatief sterk
  • Kunnen verbinden